De salariswagen en de btw in 2022

De salariswagen en de btw in 2022

Salariswagens kennen een bijzonder belastingstelsel op het vlak van btw. Een bijzonder ingewikkeld stelsel bovendien. Toen Covid-19 onze manier van werken overhoop haalde, kende de fiscus toleranties toe. Die worden in 2022 teruggedraaid, maar om dat mogelijk te maken, is een nieuwe tolerantie nodig.

Beroeps- versus privéverplaatsingen

Als u uw werknemers een bedrijfswagen ter beschikking stelt waarmee ze ook privéverplaatsingen mogen doen, dan spreken we in de inkomstenbelastingen van een voordeel van alle aard, dat als loon wordt belast.
Hoeveel er privé met de wagen gereden wordt, is van geen belang.
Maar ook inzake btw heeft zo’n salariswagen consequenties, en daar is het wél van belang om te weten hoeveel kilometers er privé, en hoeveel er beroepsmatig gereden worden.

Bij privéverplaatsingen denkt u wellicht meteen, en terecht, aan winkelen, familiebezoek, vakantie… En beroepsverplaatsingen zijn dan de ritten die de werknemer doet naar een werf, een klant, …
Maar vaak wordt vergeten dat de fiscus het woon-werkverkeer niet als een beroepsverplaatsing beschouwt, ook al is dat duidelijk gelinkt aan de job! Althans niet bij de werkgever. M.a.w.: het woon-werkverkeer is wél een beroepsverplaatsing voor de werknemer, maar niet voor de werkgever.

Btw-aftrek

Als een voertuig gekocht wordt als een handelsgoed, dan is de btw voor diegene die dat voertuig kocht, uiteraard aftrekbaar. Wordt het voertuig achteraf toch niet verkocht, maar wordt het privé gebruikt door de handelaar, dan moet die de afgetrokken btw herzien en terugbetalen. Wordt het voertuig gekocht om het in te zetten voor de activiteiten, dan is de btw weer 100% aftrekbaar. Denken we maar aan de bestelwagens waarmee u uw handelswaar levert.

Gebruikt u het voertuig deels ook voor privédoeleinden, dan moet de btw-aftrek daaraan aangepast worden. Voor personenwagens, die zowel voor personen- als voor goederenvervoer geschikt zijn, geldt als het ware een vermoeden dat zij altijd voor privédoeleinden worden gebruikt. De btw-aftrek op dat soort voertuigen kan nooit hoger zijn dan 50%. De btw op een personenwagen is dus in elk geval maximaal voor 50% aftrekbaar, maar als het beroepsgebruik lager ligt dan die 50%, dan is de aftrek uiteraard beperkt tot dat lagere percentage.

Verhouding privé- versus beroepsgebruik bepalen

Hoe bepaal je het aftrekpercentage? Daarvoor zijn er 3 methodes.

Methode 1: u houdt een dagelijkse rittenadministratie bij.

Methode 2 of semi-forfaitaire methode: u berekent het beroepsgebruik met de formule: % privégebruik = ((afstand woon-werk x 2 x 200 + 6.000) / totale afstand) x 100. Het percentage beroepsgebruik is dan gelijk aan 100 % - het percentage privégebruik.

Methode 3 of forfaitaire methode: het beroepsgebruik wordt forfaitair vastgesteld op 35 %.

De methodes 1 en 2 mag u combineren: de ene methode voor het ene voertuig, de andere methode voor een ander voertuig.
De forfaitaire methode mag u echter niet combineren met andere methodes. Als u kiest voor die methode, moet u die bovendien gedurende ten minste 4 jaar toepassen.

En toen kwam Covid-19

Door Covid-19 en het verplicht of sterk aanbevolen telewerk daalde het aantal beroeps- en privékilometers. Ondernemers die voor hun wagenpark de semi-forfaitaire methode gebruikten, waren daardoor in het nadeel: bij die berekeningsmethode wordt het privégebruik (waaronder het woon-werkverkeer) forfaitair geschat : het feit dat het personeelslid in 2020 en 2021 veel meer thuis werkte dan op kantoor, had geen impact op het aftrekpercentage.

Daarom besliste de minister van Financiën dat wie de semi-forfaitaire berekeningsmethode (methode 2) gebruikte, gedurende de kalenderjaren 2020 en 2021 de forfaitaire methode (methode 3) met een beroepsgebruik van 35% mocht toepassen. Bovendien mochten deze personen de semi-forfaitaire methode en de forfaitaire methode combineren, wat normaal gezien niet mag.

Einde van de pandemie

Maar nu de werknemers weer meer en meer opduiken op de werkvloer is de semi-forfaitaire methode wellicht weer meer relevant dan de forfaitaire aftrek van 35%. Daarom besliste de belastingadministratie eind maart dat belastingplichtigen die gebruik maakten van de tolerantie, terug mogen overschakelen naar de semi-forfaitaire methode.

Dat is niet helemaal volgens het boekje, want in principe was u verplicht om de forfaitaire methode gedurende ten minste vier kalenderjaren te gebruiken. Met een circulaire bevestigt de administratie nu duidelijk dat u mág overschakelen; u móet niet overschakelen. Dus best even de rekenmachine bovenhalen vooraleer u gebruik maakt van deze nieuwe tolerantie.

Detail - Finfacts

06.05.2022

De salariswagen en de btw in 2022

De salariswagen en de btw in 2022

De salariswagen en de btw in 2022

Salariswagens kennen een bijzonder belastingstelsel op het vlak van btw. Een bijzonder ingewikkeld stelsel bovendien. Toen Covid-19 onze manier van werken overhoop haalde, kende de fiscus toleranties toe. Die worden in 2022 teruggedraaid, maar om dat mogelijk te maken, is een nieuwe tolerantie nodig.

Beroeps- versus privéverplaatsingen

Als u uw werknemers een bedrijfswagen ter beschikking stelt waarmee ze ook privéverplaatsingen mogen doen, dan spreken we in de inkomstenbelastingen van een voordeel van alle aard, dat als loon wordt belast.
Hoeveel er privé met de wagen gereden wordt, is van geen belang.
Maar ook inzake btw heeft zo’n salariswagen consequenties, en daar is het wél van belang om te weten hoeveel kilometers er privé, en hoeveel er beroepsmatig gereden worden.

Bij privéverplaatsingen denkt u wellicht meteen, en terecht, aan winkelen, familiebezoek, vakantie… En beroepsverplaatsingen zijn dan de ritten die de werknemer doet naar een werf, een klant, …
Maar vaak wordt vergeten dat de fiscus het woon-werkverkeer niet als een beroepsverplaatsing beschouwt, ook al is dat duidelijk gelinkt aan de job! Althans niet bij de werkgever. M.a.w.: het woon-werkverkeer is wél een beroepsverplaatsing voor de werknemer, maar niet voor de werkgever.

Btw-aftrek

Als een voertuig gekocht wordt als een handelsgoed, dan is de btw voor diegene die dat voertuig kocht, uiteraard aftrekbaar. Wordt het voertuig achteraf toch niet verkocht, maar wordt het privé gebruikt door de handelaar, dan moet die de afgetrokken btw herzien en terugbetalen. Wordt het voertuig gekocht om het in te zetten voor de activiteiten, dan is de btw weer 100% aftrekbaar. Denken we maar aan de bestelwagens waarmee u uw handelswaar levert.

Gebruikt u het voertuig deels ook voor privédoeleinden, dan moet de btw-aftrek daaraan aangepast worden. Voor personenwagens, die zowel voor personen- als voor goederenvervoer geschikt zijn, geldt als het ware een vermoeden dat zij altijd voor privédoeleinden worden gebruikt. De btw-aftrek op dat soort voertuigen kan nooit hoger zijn dan 50%. De btw op een personenwagen is dus in elk geval maximaal voor 50% aftrekbaar, maar als het beroepsgebruik lager ligt dan die 50%, dan is de aftrek uiteraard beperkt tot dat lagere percentage.

Verhouding privé- versus beroepsgebruik bepalen

Hoe bepaal je het aftrekpercentage? Daarvoor zijn er 3 methodes.

Methode 1: u houdt een dagelijkse rittenadministratie bij.

Methode 2 of semi-forfaitaire methode: u berekent het beroepsgebruik met de formule: % privégebruik = ((afstand woon-werk x 2 x 200 + 6.000) / totale afstand) x 100. Het percentage beroepsgebruik is dan gelijk aan 100 % - het percentage privégebruik.

Methode 3 of forfaitaire methode: het beroepsgebruik wordt forfaitair vastgesteld op 35 %.

De methodes 1 en 2 mag u combineren: de ene methode voor het ene voertuig, de andere methode voor een ander voertuig.
De forfaitaire methode mag u echter niet combineren met andere methodes. Als u kiest voor die methode, moet u die bovendien gedurende ten minste 4 jaar toepassen.

En toen kwam Covid-19

Door Covid-19 en het verplicht of sterk aanbevolen telewerk daalde het aantal beroeps- en privékilometers. Ondernemers die voor hun wagenpark de semi-forfaitaire methode gebruikten, waren daardoor in het nadeel: bij die berekeningsmethode wordt het privégebruik (waaronder het woon-werkverkeer) forfaitair geschat : het feit dat het personeelslid in 2020 en 2021 veel meer thuis werkte dan op kantoor, had geen impact op het aftrekpercentage.

Daarom besliste de minister van Financiën dat wie de semi-forfaitaire berekeningsmethode (methode 2) gebruikte, gedurende de kalenderjaren 2020 en 2021 de forfaitaire methode (methode 3) met een beroepsgebruik van 35% mocht toepassen. Bovendien mochten deze personen de semi-forfaitaire methode en de forfaitaire methode combineren, wat normaal gezien niet mag.

Einde van de pandemie

Maar nu de werknemers weer meer en meer opduiken op de werkvloer is de semi-forfaitaire methode wellicht weer meer relevant dan de forfaitaire aftrek van 35%. Daarom besliste de belastingadministratie eind maart dat belastingplichtigen die gebruik maakten van de tolerantie, terug mogen overschakelen naar de semi-forfaitaire methode.

Dat is niet helemaal volgens het boekje, want in principe was u verplicht om de forfaitaire methode gedurende ten minste vier kalenderjaren te gebruiken. Met een circulaire bevestigt de administratie nu duidelijk dat u mág overschakelen; u móet niet overschakelen. Dus best even de rekenmachine bovenhalen vooraleer u gebruik maakt van deze nieuwe tolerantie.